Hapkido staat voor

Hap : harmonie van lichaam en geest
Ki : innerlijke kracht
Do : weg (van het leven)

Hapkido is de Koreaanse vechtkunst (krijgskunst) waarbij men probeert harmonie te bereiken tussen het lichaam van zichzelf en de tegenstander. Zodra hapkido geschreven wordt in Hanja (oud Koreaanse schrijfstijl) is de naam overigens identiek aan die van het Japanse aikido.

Hapkido is in het vroegere Korea ontstaan als zelfverdediging voor de burgers. In het begin werden er geen wapens, zoals zwaarden e.d. gebruikt, deze werden later aan de sport toegevoegd. Wel werd er gebruik gemaakt van de middelen die voorhanden waren, zoals stokken (Bo/Jo), handen, voeten en lichaam.

Hapkido is in deze moderne wereld een goede sport die ideaal geschikt is voor zelfverdediging, zowel voor mannen, vrouwen en jeugd.

Hapkido wordt beoefend in een Dojang. Een dojang is een zaal waarin men oefent in Koreaanse verdedigingskunsten, krijgs- vechtsporten zoals Taekwondo, tangsudo en Hapkido. Een dojang is ook in een Koreaanse Boeddhistische tempel, de plek waar meditatie en religieuze oefening plaats vindt.

Karakter voor Do betekent weg of pad, en jang betekent plaats. Het woord Dojang betekende daarom letterlijk "de plaats waar men de weg leert". Dit kan dus de weg (methode) zijn van een krijgs- of vechtkunst, maar ook de weg van het Koreaanse Son Boeddhisme

Aangezien er meerdere meningen zijn hoe Hapkido ontstaan is verwijs ik naar Hapkido Wikipedia. Hier zijn ook leuke filmpjes te zien en worden de verschillende stijlen van Hapkido uitgelegd.

Hapkido kent een breed arsenaal aan technieken en wordt dan ook wel een complete vechtkunst genoemd. De technieken die de hapkido beoefenaar leert zijn onder te verdelen in de volgende categorieën.

  • Valbreken (nakbub)
  • Trap- en stoottechnieken
  • Gewrichtsklemmen
  • Pak- en grijptechnieken
  • Drukpunten
  • Wapens
  • Hapkido-technieken kenmerken zich door hun vaak cirkelvormige bewegingen. De aanval wordt niet linear tegengehouden, maar afgeleid naar een punt waar de aanval geen schade meer kan veroorzaken. Op dat punt controleert de hapkido-beoefenaar de tegenstander en kan een tegenaanval inzetten. Zo'n tegenaanval bestaat vaak uit een verdraaiing van één van de gewrichten, een worp, een slagtechniek, een traptechniek of een combinatie van voorgenoemde technieken. Ook kunnen drukpunten worden gebruikt om de tegenstander uit te schakelen of zijn bewegingen te controleren.

    Agenda: